Genot zoeken ze. Ze hebben gezoend. Goedschiks en kwaadschiks hebben ze genomen en veroverd. Al vele generaties in de familie. Samen zijn ze voornaam en symbiotisch. Alleen het keukenpersoneel kent hun narcistische en antisociale gedrag. Zij zijn de kunst zelf. Hun pijn en verlangens zijn de gedichten geworden die wij kennen. Hun bloed is het gepatenteerde monochrome rood. Hun zijn is het spatiale drama.